Vrijwilligerswerk in Mombasa, Kenia

Difference

Op maandag twee weken geleden had ik het ontwerp afgerond, op de woensdag daarna kwam de man die de kast zou gaan maken. 6 laden, 6 planken en twee deuren. Ik vroeg hem de kast zo stofdicht mogelijk te maken. Het cement in de gaten in de klas van Standard One veranderd maandelijks in zeer fijn gruis dat alles wat zich in de school bevind elke dag weer van een verse laag stof voorziet. De meubelman had momenteel geen andere opdracht, dus hij zou hem de zondag daarna (27 maart) afhebben. Uit een telefoontje op vrijdag (25ste) bleek dat hij het karkas en het frame voor de laden al af had. Ik kreeg het gevoel dat ik de deadline van zondag serieus kon nemen. 'Wednesday I'll have finished it', vertelde hij me zondag echter door de telefoon. Het bezoek van Christine en mij aan het meubelmakerij'tje op woensdag leverde een beschamend tafereel op. De aanbetaling van Kshs 5.500/= (€ 55,-) die ik voor de aanschaf van het materiaal had moeten doen was gebruik voor de aanschaf van vijf planken. De rest was, samen met de man die ik ingeschakeld had, vanaf maandag niet meer gezien. We belde de eigenaar van de kleine werkplaats. Uit pure beschaming besloot de man het op zich te nemen en het voor zaterdag af te maken. Nu, op zondag, kon ik door een kier in het gesloten hokje alleen nog maar een ruig frame zien staan.


Waar je ook komt, je word achtervolgd door ‘pole-pole', lekker langzaam, al kunnen mensen meer verdienen door het op een hoger tempo te doen. Maar ‘pole-pole' is niet het enige wat moeilijk te beïnvloeden lijkt. Denk aan het dumpen en verbranden van afval langs de weg, het slaan van kinderen in sommige scholen. Sommige gewoontes zitten hier zo vast gesleten. Bij El Roi lijken de ouders van de kinderen gewend te zijn geraakt aan de met geld smijtende Wazungu (blanken). En als ik er zo over nadenk, is dat ook wel hetgeen van mijn acties hier waar ik het meest twijfels bij heb gekregen. Ik heb die cultuur flink gestimuleerd, al hebben mijn investeringen de kinderen enorm geholpen. De examens zijn net afgerond. Het ‘Reading & Kusoma exam' (kusoma = lezen) werd erg goed gemaakt, net als de Social Studies en Science exams. Dat zou anders zijn gelopen zonder al die fundamentele schoolmaterialen.


De Doingoood Foundation heeft echter beter over haar houding nagedacht. De grootte van het El Roi lunchbudget is vanaf begin januari bevroren op een hoeveelheid die genoeg zou moeten zijn voor 50 kinderen. In de visioen die Christine El Roi heeft doen oprichten, vertelde God haar zoveel mogelijk kinderen uit kansarme families onder haar hoede te nemen. Sinds het begin van 2011 heeft ze dus alweer 15 extra kinderen in de school opgenomen. Door de ouders Kshs 300/= (€ 3,-) te laten betalen (Kshs 2000/= (€ 20,-) in normale Primary Schools), zou Christine beter aan haar visioen gehoor kunnen geven. En al leek het in strijd met het doel van El Roi (educatie voor de allerarmsten), de actie werd gestart vanaf March 2011. Ik was penningmeester. En nu, een maand later, is er precies voor 15 kinderen al betaald. De meeste andere ouders hebben het vanuit een alles-zal-wel-door-de-blanken-betaald-worden houding de oproep genegeerd. Na een uitleg van Christine begreep ik dat de situatie nog moeilijker was dan ik van te voren begrepen had. 'There is not so much I can do', zei ze. Kinderen van niet betalende ouders naar huis sturen zou leek de enige effectieve oplossing, maar, zo beweerde ze, stuur een kind naar huis met de boodschap met als er geld is terug te komen, dan komen ze nooit meer terug. Gestrand, het voelt al niet meer vreemd aan. Je stuit weer eens op een onbewegelijke gewoonte en moet ervoor wijken.


Een van de belangrijkste gevaren op de school is tijdelijkheid. Vrijwilligers met verschillende manieren, gewoontes en houdingen zien verschillende problemen en lossen ze op hun manier op. Vele van hun initiatieven op El Roi betreffen alternatieve educatieve manieren en vervangingen van straf- in beloningsmethoden. Maar een dergelijke micro-aanpak kan het Keniaanse schoolsysteem niet over een andere boeg gooien. Dus na hun vertrek zakt een groot deel van het door hen gemaakte verschil weer terug naar het oude niveau. Er is plotseling niemand meer op potloden, schriften en schoolkrijt te kopen en alles gaat weer ‘the Kenyan way'. Tijdelijkheid neemt niet weg dat de kinderen kennismaken met een grote variëteit aan culturen en karakters en ze individuele liefde krijgen. Het maakt ze rijker aan ervaring, traint hun Engels buiten de Engels lessen om en geeft hen meer zelfvertrouwen. Dat is, in mijn ogen, de belangrijkste toegevoegde waarde van de vrijwilliger. Ik ben helemaal niet ontevreden over wat ik hier heb gedaan. Ik kwam hier slechts aan met een verkeerd idee en verkeerde intenties.


Heel leuk zo'n avontuur. Maar waarvoor was het ook alweer bedoeld? Na een kleine zoektocht door mijn hoofd weet ik het weer: levenservaring opdoen, zelfkennis vergroten en (in het verlengde van die laatste) de zoektocht naar een vervolgopleiding vergemakkelijken. Al zal een deel van die levenservaring en zelfkennis me waarschijnlijk ongemerkt gaan helpen in het maken van toekomstbeïnvloedende beslissingen, een deel ervan zal me zeker een merkbaar bredere blik in de wereld van vandaag opleveren. Twee keer in deze laatste maand hebben anderen een hele scherpe analyse van mijn karakter gemaakt. Paula (22), die de maand Maart op El Roi heeft geholpen op dezelfde plaats waar Annemiek in Januari werkzaam was, zei: 'Sometimes you are clearly only 18 years old, but on other moments you can speak like a person older than me'. Een paar dagen later sprak ik met Sheila over dit weblogverhaal dat ik aan het opstellen was. En ik vroeg mezelf hardop af waarom het schrijven ervan zo lang duurde. 'That's realy easy', zei ze grinnikend. Ze herinnerde me aan wat ik eigenlijk al wist. Bij mij bestond aan iets werken uit concentreren, een moeilijk punt bereiken, afgeleid raken, bedenken wat ik ook alweer aan het doen was en dat steeds weer opnieuw. Dus de zelfkennis is ook merkbaar iets helderder geworden. Ik hoop echter dat het woord ‘vervolgopleiding' ergens in de komende twee maanden wat meer los gaat maken dan het nu doen. Voelbaar verschil zit daar (nog) niet in.


Tijdens het inschrijvingstraject had ik het nog niet door, maar nu ik hier precies van het begin tot het eind van de eerste termijn van 2011 gezeten hebt, voelt het heel natuurlijk om 'Goodbye' te zeggen. Afgelopen vrijdag heb ik El Roi en de kinderen gedag gezegd met ‘chapati and beans', kleurplaten en balspelletjes. In ruil kreeg ik een pakketje papieren met drie warme teksten:

1.
Jelmer
We love you
And you love us
But time has come
to say goodbye
Come again
Yours El Roi School

2.
Jelmer
We love you
And we still want you
To be here with us
We are sorry
That you are leaving
We will miss you
Come again

3.
Hey Jelmer
Thank you for being with us for 12 weeks
Thank you for teaching us
You are an amazing teacher
Thank you for feeding us
Thank you for all
We love you and we will miss you
We wish you all the best
Come again
Dank je wel
Yours El Roi School, Mombasa

Ik zie 13 weken vol met ervaring, taal, cultuur, geuren, warmte en leermomenten. Een grote bijgestelde verwachting, tevredenheid ‘after all' en dankbaarheid dat ik in staat was dit te doen.

I made a difference.

There where the money went

Tot zweet-stimulerende ontdekkingen kwam ik tijdens de eerste dagen op El Roi. Op de school werd helemaal niet tot in de middag les gegeven, ondanks de lunch die dagelijks voor alle kinderen werd neergezet. En van 's morgens vroeg tot 's middags laat zag ik nooit ook maar iets voorbij komen dat ‘porage' zou kunnen heten. Het bevreemde en verwarde me, ik wist er zo snel geen raad mee. Hoe kon het dat dit niet overeen kwam met het verhaal dat Doingoood deed over de besteding en gevolgen van een donatie van € 15,- per kind per maand? Ik had een verhaal verkocht waarin er voor dat bedrag porage en lunch werd betaald en dat het gevolg daarvan twee keer zoveel les was, want het zou ze genoeg energie geven om dan ook 's middags les te krijgen. Ik vroeg mezelf de enge vraag welk deel van de € 6.120,- er geweest zou zijn als ik aan de deuren slechts de lunch had genoemd.


En ontstond wat onrust in mijn hoofd. Mijn kennis van de Keniaanse cultuur was echter nog niet in een zodanige staat dat ik er de afwezigheid van porage en middaglessen mee kon verklaren en er vervolgens iets mee zou kunnen. Daarnaast werd mijn hoofd in hoog tempo opgevuld door vermoeidheid en gedachten over lesvormen, de drie nog volgende maanden en overbrugging van de taal- en cultuurbarrière. De onrust werd uitgesteld.
Het enige aspect van mijn verhaal dat wel aanwezig was, de lunch, was eigenlijk op zich ook al interresant. De kokkinnen van El Roi variëren wat betreft de lunch met vier verschillende maaltijden. Mahambri met linzen is er één van. Het driehoekige, gefrituurde brood, met de smaak van krentloze oliebollen, gecombineerd met de vrij doordringende smaak van de kleine bonen vormen niet mijn favoriete gerecht. Ik vind het dan ook niet erg dat dit de minst vaak geserveerde maaltijd is. Het gerecht dat vooral de eerste maand veelvuldig op mijn bord verscheen, is Ugali met witte kool. In een pan, met een doorsnede van een meter en een hoogte van een halve meter, wordt, voor de bereiding van Ugali, eerst water gekookt. Er wordt geroerd, maïsmeel toegevoegd, geroerd. Water veranderd in pap, pap veranderd in brij, brij veranderd in een klont. Op een gegeven moment wordt de één meter lange houten lepel opzij gelegd en krijgt de klont de tijd om nog iets verder op te drogen. De stevige structuur van de iets wat smaakloze Ugali samen met de slappe, sappige, goed gezoute kool lust ik graag. Van de donatie wordt hier ook Kidereh gemaakt. De brij van bruine bonen en maïs met wat zout is het meest ‘basic' gerecht wat hier voor de kinderen bereid wordt. Ten slotte, en deze was vooral deze maand in trek, maken Mama Ushindi en Faith, de twee kokkinnen, rijst met bruine bonen. Zowel de rijst als de Kidereh brengt niet bepaald een smaaksensatie, maar het is in ieder geval voedzaam.


Oorspronkelijk aten alle vijfenzestig kinderen in het middelste en grootste lokaal van het schooltje, maar sinds een maand eet ´mijn´ klas in ´mijn´ lokaal. In het lokaaltje van de playgroup en KG 1 kinderen, die wel voor de lunch naar het midden van de school verhuizen, worden op een tafel alle borden klaar gezet. Gillende en schreeuwende stemmetjes zingen 'Lord we thank you for this day' en dreunen 'Oh God, bless this food before we take it, in Jezus name we pray' op terwijl de kleurige plastic bordjes worden gevuld met een lepel en wat er zich die dag dan ook in de pannen bevind. In de gang liggen twee rieten matten waarop de aller kleinsten zitten te wachten op de kleinste porties. Na met drie bordjes in mijn hand de eerste stap in het lokaaltje gezet te hebben, komt er van verschillende kanten 'tietsjah, mie mie' op me afgevlogen. Gefixeerde blikken, opgehouden handen. Na het eten wast Mama Ushindi alles af. Met een handvol witte, plastic vezels van een grote rijstzak en wat ‘Omo Soap' schrobt ze alles schoon in de ene bak, een spoelbak volgt, nog een spoelbak volgt en tenslotte gaan het nat de grote GAMMA-achtige tas in.


Twee weken geleden, op een vrijdag, om kwart over tien werden er plotseling een kleine zeventig plastic bekers klaargezet in het lokaaltje van Playgroup en KG 1. Lunch vindt normaal pas in de tweede pauze (om half één) plaats, dus ik was nieuwsgierig naar wat er te gebeuren stond. 'Porage is ready', zei Lilian op een gegeven moment. En inderdaad, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, kregen alle kinderen een beker van de lichtelijk gezoete, maar nogsteeds behoorlijk smaakloze maïsmeelpap. Alhoewel ik vrij direct betrokken ben bij de organisatie op het schooltje, kwam dit volledig uit de lucht vallen. Maar aan de andere kant verbaasde het me ook niet meer. Daar waar in Nederland vrijwel alle betrokkenen bekend zijn met het probleem, het plan en de oplossing, gaat hier vaak het plan voor vrijwel alle betrokkenen verloren. Dingen gebeuren hier gewoon. Oplossingen zijn er plotseling. En je laat het gewoon gebeuren.


Er wordt nu ook gewoon 's middags les gegeven. Dat gebeurt gewoon. Het klinkt vaag, maar zo vaag is het ook. Zeker voor onze begrippen.


Ik voel me opgelucht dat er eindelijk is bereikt wat in mijn verhaal aan de deur verteld werd. Het voelt afgevinkt.

Halfafgemaakte leesvaardigheidsposters liggen voor me klaar, samen met nog ongekafte Kiswahili tekstboeken. Duty calls!

Educational development

De klas die mij al een maand lang taal, rekenen en handvaardigheid heeft zien spreken wordt nu al sinds twee weken door een tweede leraar bemand. De Standard One klas waar ik over spreek is op sommige punten op een veel lager niveau dan het zou moeten zijn. Samen met Lilian, een Keniaanse lerares, die ongeveer vier jaar ervaring heeft met de lagere Primary School klassen, probeer ik het gat te herstellen. Daarnaast was het voor mij de eerste maand vrijwel onbekend of ik op de goede manier naar het goede doel aan het streven was. Lilian weet nu echter precies waar het gat zit en hoe groot het is. Met veel enthousiasme wordt ik geïntroduceerd in het Keniaanse lesgeven.


Drie weken geleden, nog vóór de aanwezigheid van Lilian, kwam Christine met een nieuw rooster. Het rooster dat bestond uit anderhalf uur durende lessen (Language, Numberworks en Art) werd daarmee ingewisseld door een rooster bestaande uit lessen van een half uur en meer vakken (Math, Science, Art, Kiswahili, English, CRE (Christian Religious Education), GHC (Geography, History and Culture) en Social studies). Er was een syllabus van 2002 en geen enkele toegang tot boeken voor mij noch de kinderen, ik had geen idee wat ik me bij de verschillende vakken ten doel moest stellen. Daarnaast besefte ik dat ik geen Kiswahili en CRE kon geven, omdat ik er niets vanaf weet en ik ontdekte dat GHC niet meer bestond. Verder zouden Social Studies en Science haast onmogelijk zijn, omdat ik op zijn minst in het Kiswahili zou moeten lesgeven om te zorgen dat er iets zou blijven hangen en tenslotte kon ik voor de overgebleven vakken geen enkele richtlijn vinden om na te gaan hoe ik waar naar zou moeten streven. De vakken die ik dan niet zou laten vallen zou ik dus op eigen gevoel in moeten vullen. Ik probeerde me er aan over te geven dat ik slechts zo'n klein deel van het totaal aan de kinderen te bieden had, maar ik kreeg het verontrustende gevoel dat mijn ideeënbus al zo goed als leeg was.


Om dat probleem op te lossen, had ik het plan voor ieder kind voor de vakken English, Mathematic en Art een werkboek aanschaffen. Op die manier zou ik er in ieder geval zeker van zijn dat ik de goede informatie in de goede volgorde over zou brengen. Op het moment dat ik me ging verdiepen in de verschillende methoden en de basisvereisten voor de gebruikers ervan, stuitte ik op het grootste gat in het niveau van de Standard One kinderen van El Roi, leesvaardigheid.
Ik koos ervoor om uit alle vakken die ze op hun niveau horen te krijgen alleen Mathematics en Reading voor de komende periode mee te nemen. Voor het werken met werkboeken dan wel het begrijpen van mijn uitleg zouden ze het Engels vaardig moeten zijn. En voor het leren van Engels zouden ze op zijn minst moeten kunnen lezen. Vandaar Reading. Voor rekenen zijn weinig woorden nodig. Dus die mocht ook blijven. Ik kocht één Breakthrough Workbook Mathematic class one waaruit ik voor ieder niveau afzonderlijke oefeningen kopieerde. Degenen die het na één pagina nog niet snapten, kregen in hun schrift een aanvullende, op het werkboek gebaseerde oefening. Het was de eerste keer dat ik op El Roi, al was het slechts voor één vak, helemaal kon aansluiten op de diversiteit aan niveaus. Waarbij moest lezen beginnen? Lettersounds. Door voor elke afzonderlijke klank van alle letters van het alfabet één woord onder de bijbehorende letter te zetten, probeerde ik ze kennis te laten maken met de logische opbouw van woorden. De meeste woorden zijn niet meer dan een optelsom van klanken. Het voor leesvaardigheid aangeschafte Read and Sound Book 1 leerde me te beginnen bij tweeletterwoorden. Door gebruik te maken van het met letterklanken vol gekalkte krijtbord, kregen sommige kinderen het na een paar lessen voor elkaar de kleine woorden uit te spreken.
Ik kreeg het gevoel dat ik aan iets goeds begonnen was, maar het voor twee maanden lang skippen van alles behalve rekenen en lezen voelde aan de andere kant wel erg absurd aan.


Mijn eerste ervaring met Keniaanse leraressen was niet echt veel belovend. De vrouw die me voor een blauwe maandag bijstond vroeg me constant wat ze moest doen en welke aanlooproute ze moest nemen. Toen Lilian zich liet zien, gierde de hoop dus niet direct door mijn lichaam. Opgelucht constateerde ik echter dat zij er wel verstand had van wat ze deed.
Stel je een schaalverdeling voor van 1 (totaal onbegrijpelijk) tot 10 (het is helemaal helder wat deze persoon me probeert duidelijk te maken). Ik zou de communicatie met Christine waarderen op 3. Natuurlijk, hoor ik je denken, er is een grote taalbarrière en een cultuurverschil welke de kans op ruimschoots-langs-elkaar-heen-praten erg groot maakt. Maar ergens is het schoolhoofd ook wel erg chaotisch en altijd druk met allerlei voor mij onbekende activiteiten. Ondanks alle kennis en kunde die zij aan haar 20-jarige carrière op Kenyan Primary Schools heeft overgehouden, kon ik dus nooit de juiste communicatieve aanlooproute vinden om daar bruikbare informatie uit te halen, informatie de mij zou kunnen helpen de juiste doelen te stellen. Ik kreeg het idee dat er in Lilians hoofd wel een stevige educatieve structuur zat. Ze was op dag één al begonnen met het inschatten van het niveau van alle kinderen. De kennis van het niveau plus de structuur in haar hoofd maakten het mogelijk te communiceren op level 7 en ik maakte kennis met ‘The Kenyan way' van lesgeven.


Het was half elf, als ze klaar waren met het van het bord overnemen en oplossen van de rekensommen mochten ze naar buiten. 'The last one gets punishment', zei ze glimlachend terwijl ze een droog twijgje tussen haar vingers heen en weer liet rollen. De term ‘overspannen leraar' kennen ze hier geloof ik niet. Orde houden komt hier niet aan op sociale vaardigheden, maar op het hanteren van de tak. Bij mijn allereerste bezoek aan een Keniaanse basisschool in 2008 merkte ik geschokt een twijgje op dat in het kantoortje van het schoolhoofd op een stapeltje boeken lag. Lichamelijk geweld was iets wat ik in heel mijn leven nog nooit op ook maar één school toegepast had zien worden. Maar nu begin ik er gewend aan te raken. Om heel eerlijk te zijn, er zijn voor mij ook wel Nederlandse schoolsituaties bekend waarin het een effectieve oplossing zou zijn. Ik heb nog niet kunnen achterhalen of ik die gedachte verwerpelijk vind of niet.


Deze week heb ik een nieuw fonds aangesneden waaruit ik Kshs 5.000 (= ± € 50,-) heb gestoken in de aanschaf van potloden, schriften en voor elk vak één textbook. Potloden verdwijnen, ondanks mijn toezicht, wonderbaarlijk snel, de schriften schaftten we aan ter vervanging van de klamme, slonzige vodjes die ze eerst gebruikten en de textbooks zijn er gekomen zodat wij de juiste informatie in de juiste volgorde kunnen behandelen. De Schone Start, noem ik het. We zijn vanaf een punt begonnen waarop alle kinderen het nog begrepen en combineren nu goede bedoelingen, kundigheid en structuur om de achterstand in te halen.

Mijn eerste kijk op Lilian was ‘tevredenheid voor the time being', want ik verwachte geen permanente hulp van haar kant. Maar ik begin het gevoel te krijgen dat ze nog even blijft hangen. Mijn leermoment is nog niet over.


De mist is opgetrokken, Helft 2 lijkt een invulling gekregen te hebben.

Religion

'I'm going to buy potato's', zei Steevo. Ik mocht mee. Het was 18:00 uur, blijkbaar waren er te weinig aardappelen voor de maaltijd die Faith, Christines één na oudste dochter, aan het bereiden was. Na al een aantal kleine kraampjes met groenten, fruit en aardappelen gepasseerd te hebben, stopten we bij een klein eetcafé. Om bij een drietal tafeltjes te komen, waar Steevo waarschijnlijk vaker zat, moesten we eerst door de keuken heen. Een islamitische jongeman stond met een strakke blik het aangebrande voedsel van de braadplaat af te schrapen. Zijn aan de straat grenzende vitrines waren rijkelijk gevuld met gebakken en gebraden etenswaren; puntvormige oliebollen zonder krenten (mahamri), stevige, van de olie glimmende, Keniaanse pannekoeken (chapati), kleine loempiatjes (samoses) en bruin gefrituurde aardappelen. Steev bestelde voor € 0,10 vier van de krokant uitziende, bruine aardappels. 'I love potato's' zei hij. Toen hij klaar was liepen we weer terug naar huis.


De afgelopen twee weken zijn we op El Roi bijgestaan in onze activiteiten door een zeer toegewijde groep jongeren. The christelijke organisatie YWAM (Youth With A Mission) heeft zijn eigen op college lijkende onderwijsinstellingen over de hele wereld, het heet Disipleship Training School (DTS). Alle leden van het team dat op El Roi actief is, zijn op precies de helft van hun opleiding op een Art DTS in Duitsland aangekomen en zijn daarom nu op missie. Jezus stippelt hun reis uit, al vanaf hun aankomst op het vliegveld in Ethiopië. Tijdens het bidden verteld God soms aan één van de teamleden wat, waar of hoe ze iets moeten doen. Maar iemand zal Zijn woorden waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd hebben. Want, na een mislukte zoektocht naar een hotel, waren ze gedwongen hun eerste Ethiopische nacht in een bordeel door te brengen.


Voor de vierdaagse autorit die de 2 jongens en 8 meisjes naar Mombasa maakten lijkt Jezus gebruik te hebben gemaakt van wat meer begrijpelijke taal, hij verliep 'bumpy', maar soepel. Omdat een aantal van de kinderen van Christine een opleiding op een DTS hebben gevolgd, bevind zij zich in een verzameling van contactadressen in landen over de hele wereld. Al in Ethiopië hadden ze contact met haar gelegd. Vervolgens had zij hier in de buurt een verblijfplek voor hen geregeld. Sindsdien heeft de ene helft de ene dag, de andere helft de andere dag, verdeeld over de klassen, geholpen met het geven van de lessen.


'Jelmer, how do you manage to do this every day?', vroeg Kelshy. Alsof haar virtuele vingerknip mij wakker schudde en me door haar perspectief naar mezelf liet kijken. Ik zag de lange kerel die zo geduldig mogelijk zijn best aan het doen was de taalbarrière tussen hem en de kinderen af te breken en tegelijkertijd zo veel mogelijk probeerde te leren aan iedereen in het lokaaltje. Het maakte me een beetje trots, het gevoel werd mijn Medicin of Hope. Het heeft me sindsdien weerhouden van wanhoop op momenten dat ik wordt verbaasd door de onschuldige onkunde van de kinderen.


Christine nodigde ze afgelopen week 's avonds uit. Er werd pilou gegeten, waarvan er, zoals gewoonlijk wanneer er gasten zijn, veel overbleef. Nadat het Amerikaanse gedeelte van het team 'the food' weer 'amazing' had verklaard in hun beleefdheid, bleef de hele groep nog even uitbuiken. Ik raakte met drie dames, Erica, Kaitlyn en Kelsy, in gesprek over religie. Daar mijn opvoeding geen enkel gelovig tintje heeft gehad, heb ik, behalve algemene informatie, nog nooit veel over het historisch zo belangrijke onderwerp geweten.


Ik merkte dat ik bang was om door mijn interesse in het Christelijke geloof het idee te wekken erg graag gelovig te worden. Het was ook een angst om gelovig te worden. Belachelijk. Maar vanwaar dat gevoel?, vroeg ik mezelf, Was ik bang mijn nuchterheid over alles wat met wetenschap te maken heeft te verliezen? Mijn onderzoekende geest in te wisselen voor een beeld waarin ik alles plotseling verklaar door middel van God? Op mijn vragen kreeg ik geen antwoord. Maar ik begreep wel dat de taak van deze mensen slechts liefhebben is, en dat zij slechts tot God kunnen bidden om te vragen zich voor iemand te vertonen en hem zo 'the truth' te laten zien. Ook voor mij hadden ze al gebeden. Dus nu ik doorhad dat ik niet ter plekke bekeerd ging worden, liet ik mijn nieuwsgierigheid zijn gang gaan.


Ze konden hun manier van waarnemen verrijken door God bij zich te vragen. God is in alles, maar wel achter het glas van de geesteswereld. Door Jezus te vragen het middelpunt te zijn krijg je de mogelijkheid achter datzelfde glas de stappen, en op zijn manier naar de wereld en je bezigheden te kijken. Daarnaast vertelden de dames me, naar aanleiding van mijn vraag daarover, dat de regels in de bijbel geen beperking in het leven vormen, maar dat het juist vrijheid zelf garandeert. Ze houden van Jezus en ze hebben stuk voor stuk een hechte relatie met hem.


Ik merkte dat het echt een manier van leven voor ze is. En het vormt ze. Het is een groep mensen waarvin ieder individueel zichzelf is, niet doet alsof en waarbij het liefhebben recht uit het hart komt. Op El Roi is dat duidelijk te zien. Daar waar ik af en toe een kinderhand van mijn knie af schuif, zetten zij het kind op hun schoot. Het is het toppunt van geduld en tolerantie.


Of ik nu in God geloof of niet, ik kan er een voorbeeld aan nemen. Training begint vandaag.

The other side of Kenya

Na een dagje Mombasa trof ik Alex thuis op zijn bed in onze kamer aan. We raakte in gesprek. Voor ons bezoek aan Blessed Camp wilde Peter Ochiel, de lokale Doingoood coördinator, graag een auto huren. Alex had er uiteindelijk tegen een vrij lage prijs een weten te regelen. Het ongeluk dat zich toen had afgespeeld met de matatu en de gehuurde auto, was grotendeels op zijn bord terecht gekomen. Nadat de auto gerepareerd was had Alex hem zelf gehuurd om Steevo, de geadopteerde zoon van Christine, naar Boardingschool te brengen. Een paar kilometer uit Mombasa werden ze geschept door een vrachtwagen met oplegger die via hun baan een matatu aan het inhalen was. Alex' gedeeltelijk gelukte uitwijkmanoeuvre voorkwam een frontale botsing, maar resulteerde in een drievoudige, zijwaartse rol. Wonder boven wonder raakte, behalve de auto, niemand gewond. De vrachtwagen reed door, er was geen goede verzekering voor de auto afgesloten en één van de mensen die te hulp schoot stal Alex' mobiele telefoon. Het totaalplaatje was erg duur.


Ik had al eerder met hem over zijn verleden gehad en ook nu werd dat weer onderwerp van gesprek. 'When you are born pour, you will never be rich, I don't have hope for the future', zei hij. Toen zijn vader in 2002 overleed viel opeens de enige inkomstenbron van de familie weg. Het lukte hem nog highschool af te maken. Maar toen, in januari 2008, moest hij echt gaan werken om voor de familie te zorgen. Met zijn baantje van 18 uur per dag, 7 dagen in de week voor € 2,50 per dag verdiende Alex precies genoeg voor de water, elektriciteit en eten te zorgen.
Tijdens één van de lokale basketbaltoernooien werd hem eind 2008 een scolarship voor een Duitse DTS aangeboden. Vanaf januari 2009 begon hij bij de aan een studie fotografie aan de christelijke universiteit. Toen hij het eerste universiteitsjaar erop had zitten werd door een knieblessure niet alleen het basketballen, maar ook de betaling van zijn studie stopgezet. 'Joining the army would help me and my family, because all the jobs are well payed', vertelde Alex. Hij kwam door alle selectiefasen heen. Maar de laatste stap was voor hem onmogelijk. Om de baan te krijgen wilde de corrupte personeelsmanager € 5.000,- hebben.


Hij was moe, niet lichamelijk, maar geestelijk. 'Ik zou willen dat ik vanochtend niet wakker was geworden', zei hij, refererend aan de optelsom van alle zware tegenvalles van de afgelopen anderhalf jaar. 'I would like to run away and never come back'. Het schokte me, zijn verhaal, zijn gevoel. Ik kreeg een brok in mijn keel. Met wat dan ook wilde ik hem perspectief bieden, maar ik kon niks beginnen met mijn Westerse wijsheid.


Dan nog één vraag, om het gesprek niet met een grafstemming te laten eindigen: 'Alex, what keeps you going?'. Dat was een goede vraag, had hij gezegd. Na even nagedacht te hebben, zij hij: 'The fact that I'm not the only one'. Bijna al zijn vrienden bevonden zich in eenzelfde of een nog perspectieflozere situatie. 'Al zitten er tien vrienden van mij in Amerika met een Scolarship te danken aan basketbal. Mijn vrienden van hier zijn er net zo aan toe als ik'.


Wat heb ik het toch onvoorstelbaar goed.

Sunday

De prediker probeert een CD met liederen in Kiswahilli te verkopen voor € 1,50. Ups and downs in de toon van zijn stem gaan gepaard met een wisselend volume. De ‘oe', ‘ai' en ‘i' klank komen veelvuldig voor in zijn preek in Kiswahilli. Naar aanleiding van mijn niet-begrijpende gezichtsuitdrukking wijst de vrouw naast me op exodus 19. Tevergeefs proberen we in Annemieks Nederlandse bijbel gelijkenissen te vinden tussen wad de prediker zegt en de tekst in dat hoofdstuk. De vrouw voor me heeft haar netjes ontkroezde haar met een postbode-elastiek samengebonden. Moeders houden zich bezig met hun kleintjes, anderen kijken vermoeid voor zich uit of naar de grond, of zijn ze in zichzelf gekeerd? Onder begeleiding van het gezang van vier, wat oudere vrouwen begint de collecte. Zachtjes begint er mannelijk geneurie uit het publiek, het wordt sterker, completer, er beginnen kleine rillingen over mijn rug te lopen. Dan zingt één van de vrouwen iets te lang valse tonen, de muziek valt als een natte zakdoek op de grond. Na de collecte en een kleine preek staat een groepje jonge gelovigen op. De zangeres neemt de lead en gebied iedereen op te staan en op het ritme van de muziek mee te klappen. Het postbode-elastiek voor me deint enthousiast heen en weer. Op een bepaald punt in de muziek heft iedereen zijn armen richting de hemel. Sommigen worden emotioneel. Het geeft een bijzondere sfeer. Na de dienst ontmoeten we een nicht van Christine. Ze heeft nog wel een broer als Annemiek geïnteresseerd is. 'But sorry, I don't have a sister', zegt ze tegen mij.


'Bambulu, Bamburi, Bambulu, Bamburi Mtambu!'. De schuifdeur vliegt open voor twee vrouwen die richting de genoemde eindlocaties wilden. Het is op de terugweg van de kerkdienst naar huis. Een zak hete aardappels zwiept tegen mijn arm aan. Twee klamme vetrollen en een warme borst duwen me opzij om achterin de matatu plaats te kunnen nemen. We belanden in een kleine file. De driver besluit via een tankstation in te halen. Vijf andere, door die actie geactiveerde matatuschauffers besluiten met 50 km/h over het trottoir in te halen.


Die avond wordt ik gedwongen mijn tandenborstel 's avonds met drinkwater af te spoelen, de watertank op het dak is leeg. Heel voorzichtig giet ik, heftig wrijvend, nog geen half glas water over mijn tandenborstel. Eenmaal in bed bedenk ik me dat ik in Nederland het toilet doorspoel met een kleine twintig liter drinkwater...


'Oh, man! I have to buy the 360-stop. It's so cool man, so cool! Hahaha.' Mijn kamergenoot Steevo werd er wakker van en vertelde me 's ochtends dat ik die tekst in mijn droom had geschreeuwd. Iets valt me op: ik droom in het Engels. Ik begin me thuis te voelen!

El Roi School

Het hele peloton kinderen stond klaar in de gang. Netjes in een rij met de rug tegen de muur. Klaar om te leren. Klaar om de klas in te sprinten en aandachtig te luisteren naar wat de lerares te zeggen had, dachten we. Het alfabet, de dagen van de week, de maanden van het jaar, ze werden in liedvorm opgesomd. Alle kinderen namen plaats in het middelste lokaal, vanwege reparaties aan de vloer in de andere twee lokalen. God werd nog eens bedankt voor onze komst. We werden naar voren geschoven, 'You go teach'. Of we een lesje wilden geven. Maar er bevonden zich toch vier niveaus in de klas? Ja. 'Wich subject?', 'You choose.'. Gelukkig kenden de oudste kleintjes 16 woorden Engels en wij 2 woorden Kiswahilli. ‘Vooral niet onzeker overkomen! Je moet nog drie maanden', zei ik tegen mezelf. We behandelden het alfabet, wat cijfers, aandacht viel weg. Dan maar over naar het benoemen van tekeningen 'Apple, pan, car'. Zweet. Voor ik het wist, waren we van in het Engels benoemen van lichaamsdelen met een extreem kronkelende weg bij de tafel van 1 aangekomen, die totaal niet wilde landen. Ik voelde wanhoop vanwege mijn onmacht.


We moesten onze verwachtingen bij stellen. De proporties van leerstof die de kinderen per dag zouden opnemen, hadden Annemiek en ik, beide, te hoog ingeschat. We hadden ons mentaal voorbereid op assisteren, niet voor de klas staan, op het gebruik van Engels naar de kinderen, niet gebarentaal.


Ervoor zorgen dat we niet gek worden van onszelf moest beginnen bij het bijstellen van onze in Nederland gecreëerde verwachtingen. Mijn wilde ideeën over spellen organiseren, muziek maken en contact leggen met kinderen moest ik verwerpen. Ik deed mijn best er niet teleurgesteld over te zijn. Om ze niet nog een keer zo extreem te hoeven bijstellen stelde ik het maken van nieuwe ideeën gedeeltelijk uit. Accepteren dat de kinderen weinig langzaam stof opnemen en blij zijn met het kleinste behaalde doel zal van cruciaal belang zijn om er plezier in te houden. Christine had ook een bijdrage in het proces: 'Al leer je ze niets, dan zijn ze tijdens de lessen toch weer in contact gekomen met Engelse klanken', zei ze geruststellend toen we haar ons gevoel voorlegden.


De volgende dag was Christine naar de stad. Voor drie klassen waren er slechts twee leraressen beschikbaar. Ik stond alleen voor de oudste klas. Ik moest er, met behulp van handen-en-voeten-werk, proberen uit te leggen dat je niet diagonaal en met een lettergrootte van 3 cm het alfabet in je schrift moet schrijven. Maar ik was geduldiger en voelde me minder opgejaagd dan de dag ervoor.


Een melange van culturele verschillen, een taalkloof en hoge temperaturen, maken het dagelijks leven hier heavy. De zoektocht naar de juiste vorm zal nog even duren. In de tussentijd kijk ik mijn ogen uit in dit land en worden mijn zintuigen geprikkeld door de cultuur en de warmte.


De uitdaging spoelt de energie uit mijn lijf. Mijn bevredigde nieuwsgierigheid laad me op.

~  Jelmer

Kenya

2.5 uur vertraging. Ik zag in één van de lobbies een vleugel staan met een bordje erop: 'Especially for you'. Nog maar 1.5 uur over. Bij Gate E4 werden inmiddels bonnen uitgedeeld; 'voor een kleine versnapering'. Het laatste uur bevond ik me in de ban van De Witte Leeuwin van Mankel. Boarden, vliegen, eten, mijn Engels oefenen met een stel Britten, slapen, eten, de Britten vertellen over mijn doel, landen en een warme klap in mijn gezicht. De warmte was zo overweldigend vochtig, daar had ik geen rekening mee gehouden.


Peter stond klaar, samen met Alex. Door de vier geopende ramen kwam een wereld aan geuren naar binnen; Matatu-uitlaatgassen, langs de weg brandende vuurtjes en een vleugje zilt. We moesten natuurlijk niet te recht op ons doel (Christines nieuwe huis) af rijden. Een vriend met een kapotte auto hier, een tank water daar. Maar gemoedelijk was het wel. Ik voelde me goed, gek genoeg, gelijk vertrouwd en was erg blij met hun tempo: Pole-pole, lekker langzaam. Want elke beweging kost een druppel zweet.


Annemiek was zaterdagavond al aangekomen. Maar Christines verhuiswerkzaamheden hadden haar belet om met Annemiek al een bezoek aan El Roi te brengen. In het begin van de middag vond ons aller eerste bezoek aan El Roi plaats. Op commando werd god uit 50 kindermondjes (met een verassend volume!) bedankt voor onze komst, werden er individueel liedjes voorgedragen en werd er dank getoond voor alles wat The Dutch al gebracht hadden. 'Thank the Dutch, praise the Lord'.


De zilte droogte in mijn neus en slokdarm zijn nog steeds niet helemaal verdwenen. Ik moet duidelijk nog even oefenen met zwemmen in zee. Het is troebel, een beste hoeveelheid wier en heel af en toe komen er kwalletjes van 2 cm doorsnee los van de ankerlijnen die de boten op hun plaats houden. Niet ideaal, maar een heerlijke verkoeling.


Morgen gaan we onze eerste dag draaien, onze letterlijke taken ontdekken en de klik met de kinderen proberen te vinden. Ik denk niet dat het door de taalbarrière niet makkelijk zal worden.
Ik ga onderweg!

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Doingoood